Blogs

Zit ik vast aan die vervelende bepaling in mijn contract?

29-01-2020

Oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten

Dagelijks worden er veel overeenkomsten gesloten. Bijvoorbeeld tussen werkgevers en werknemers, tussen bedrijven onderling of door consumenten. Je sluit een koopovereenkomst als ‘consument’ wanneer je als particulier (dus in beginsel niet namens een bedrijf) iets afspreekt. 

In een overeenkomst kan een vervelende bepaling staan (hierna: ‘het beding’). In deze blog bespreken we wanneer een beding oneerlijk is én wat een consument tegen een oneerlijk beding kan doen. De consument kan in het geval van een oneerlijk beding de rechter vragen om het beding niet geldig te laten verklaren.

Europees en Nederlands recht
De Europese wetgever heeft de Richtlijn ‘Oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten’ vastgesteld (hierna: ‘de Richtlijn’). De Richtlijn beschermt consumenten tegen oneerlijke bedingen in overeenkomsten met professionele partijen, zoals bedrijven. In Nederland hebben we de Richtlijn verwerkt in ons nationale recht. Als de rechter moet beoordelen of een beding oneerlijk is, dan neemt hij het Nederlandse recht als uitgangspunt en houdt hij het Europese recht in gedachten.

Beoordeling rechter
De Nederlandse rechter beoordeelt eerst of het beding onder de Richtlijn valt. Als dat het geval is, dan geeft de Richtlijn een paar handvaten om te beoordelen of het beding oneerlijk is. De rechter dient daarbij te kijken naar alle belangrijke omstandigheden ten tijde van het sluiten van de overeenkomst.

Oneerlijkheidstoetsing (artikel 3 en 4 van de Richtlijn)
De Richtlijn bepaalt dat een beding waarover partijen niet hebben onderhandeld mogelijk oneerlijk is als het bewust nadelig is voor de consument. Door het oneerlijke beding wordt vervolgens het evenwicht tussen de rechten en verplichtingen uit de overeenkomst ten nadele van de consument aanzienlijk verstoort.

De rechter moet bij deze oneerlijkheidstoets kijken naar alle omstandigheden ten tijde van het sluiten van de overeenkomst en naar de overeenkomst in zijn geheel. Daarbij is van belang of de consument het beding zou hebben aanvaard als daarover op een eerlijke manier was onderhandeld.

Transparantievereiste (artikel 5 van de Richtlijn)
Het transparantievereiste houdt in dat de rechter kijkt of schriftelijke bedingen in overeenkomsten duidelijk en begrijpelijk zijn opgesteld voor een ‘normaal geïnformeerde en redelijk omzichtige en oplettende consument’.

Zwarte, grijze en blauwe lijst
De Nederlandse wetgever heeft in de wet twee lijsten opgenomen: de ‘zwarte lijst’ en de ‘grijze lijst’. Deze lijsten bevatten een opsomming van bedingen die vermoed worden oneerlijk te zijn. Daarnaast kent de Richtlijn een Bijlage met een zogenaamde ‘blauwe lijst’.

  • De zwarte lijst: als een beding uit deze lijst in uw overeenkomst staat, dan is het beding oneerlijk en daarmee ‘onredelijk bezwarend’. Dit betekent dat de rechten en plichten die uit het beding voortvloeien niet geldig zijn. 
  • De grijze lijst: als een beding uit deze lijst in uw overeenkomst staat, dan is het beding meestal onredelijk bezwarend. Het is aan partij met wie u de overeenkomst hebt gesloten om te bewijzen dat het beding in dit geval niet oneerlijk is.
  • De blauwe lijst: een beding op deze lijst is niet direct onredelijk bezwarend. Staat een beding uit deze lijst in uw overeenkomst, dan bestaat de kans dat uw beding oneerlijk is.

Rechtspraak
De rechter heeft zich onlangs gebogen over de vraag of een beding uit een overeenkomst oneerlijk was. De zaak ging over een overeenkomst tussen twee partijen en een bank. In de overeenkomst staat een beding waardoor de bank het recht heeft om tijdens de looptijd van de overeenkomst de verhoging van het rentepercentage te veranderen. De twee partijen zijn van mening dat het beding oneerlijk is en vragen de rechter om het beding niet geldig te verklaren.

De Hoge Raad
De kwestie komt uiteindelijk bij de Hoge Raad. De Hoge Raad oordeelt dat de overeenkomst onder de Richtlijn valt en beoordeelt het beding vervolgens aan de hand van de Richtlijn.

Aan de hand van de oneerlijkheidstoetsing oordeelt de Hoge Raad dat het beding weliswaar de bank het recht geeft om eenzijdig de voorwaarden te veranderen, maar dat daar tegenover staat dat de consument vervolgens voor een andere rentevorm kan kiezen óf zijn lening (zonder al te hoge kosten) geheel of gedeeltelijk kan aflossen. Ook deze omstandigheden, én de overeenkomst in zijn geheel, moeten worden betrokken bij de beantwoording van de vraag of het beding oneerlijk is.

Voor de vraag of sprake is van een aanzienlijke verstoring van het evenwicht tussen de partijen en de bank, moet volgens de Hoge Raad ook rekening worden gehouden met de mogelijkheden van partijen als het beding niet had bestaan. In dat geval had de bank een beroep moeten doen op andere wettelijke bepalingen om de hoogte van het rentepercentage te kunnen wijzigen. De vraag is of het voor de bank mogelijk is om via die wettelijke bepalingen de hoogte van het rentepercentage te wijzigen.

Voor wat betreft het transparantievereiste geeft de Hoge Raad aan dat de bank ten tijde van het aangaan van de overeenkomst zoveel duidelijkheid had moeten geven als mogelijk was. Voor zover het beding niet voldoende duidelijk is, betekent dat niet dat het beding enkel om die reden al oneerlijk is. Het is wel een belangrijke aanwijzing.

De Hoge Raad geeft daarna aan dat het beding op de blauwe lijst staat. Dat het beding op de blauwe lijst staat, betekent niet dat de bank het rentepercentage niet mag veranderen als de bank daar een geldige reden voor heeft. Waar het volgens de Hoge Raad om gaat, is dat de consument op tijd genoeg informatie krijgt om te bepalen wat de gevolgen voor hem zijn en hoe hij daarop wil reageren. Daarbij moet de consument dus ook vrij zijn om bijvoorbeeld de overeenkomst te beëindigen. Deze voorwaarden moeten ook in de overeenkomst zijn vastgelegd.

De Hoge Raad verwijst de zaak terug naar het gerechtshof om te beslissen óf het beding aan de hand van alle omstandigheden van het geval als oneerlijk moet worden aangemerkt. Het gerechtshof moet daarbij uitgaan van de overwegingen van de Hoge Raad.

Afsluitend
Bent u een consument en heeft u een overeenkomst gesloten met een vervelend beding? Dan hoeft u niet in alle gevallen vast te zitten aan dit beding. Als het beding oneerlijk is, kunt u de rechter verzoeken om het niet geldig te laten verklaren.

Denkt u te maken te hebben met een oneerlijk beding? Neem dan contact op met Manouk Radstaak.

CS Advocaten maakt gebruik van Cookies

Geef per categorie de keuze voor het gebruik van cookies aan. Wij hebben de cookies van Google Analytics volledig geanonimiseerd en daarom mogen wij die plaatsen zonder toestemming.

In onze Privacyverklaring is hier meer over te lezen. Graag de beste website ervaring? Vink dan alle vakjes aan.

OK