Blogs

Discrimineert de werkgever door de arbeidsovereenkomst van werkneemster na haar zwangerschaps- en ouderschapsverlof niet te verlengen?

26-08-2020

Is sprake van ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever?

Casus
Albron is een cateringbedrijf. Werkneemster X heeft sinds 1 augustus 2018 een arbeidsovereenkomst als regiobeheerder bij Albron voor 25 uur per week. Haar arbeidsovereenkomst loopt tot 28 februari 2019. De arbeidsovereenkomst is daarna twee keer verlengd. Haar laatste contract loopt op 31 januari 2020 af.

Drie weken na aanvang van de arbeidsovereenkomst meldt X zich ziek. Ze is zwanger en ervaart beperkingen die naar mate de zwangerschap vordert, zullen toenemen. Ze kan haar eigen werkzaamheden niet meer uitvoeren, maar kan wel passende arbeid verrichten.

Vanaf midden november 2018 verricht werkneemster drie keer per dag 2 uur zittend aangepast werk. Op 22 februari 2019 gaat haar zwangerschapsverlof in. Op 14 juni 2019 eindigt haar bevallingsverlof en hervat X haar eigen werkzaamheden weer. Vanaf dat  moment neemt X vijf uur per week ouderschapsverlof op. Met ingang van 11 november 2019 neemt ze vijftien uur per week ouderschapsverlof op. Daarnaast heeft werkneemster tot 2 januari 2020 kolfverlof.

Op 27 december 2019 laat Albron aan X weten dat haar arbeidsovereenkomst na 31 januari 2020 niet meer wordt verlengd. X belt Albron vervolgens om uitleg te vragen. Ze neemt daarbij het telefoongesprek op. In het gesprek wordt onder meer gezegd:

“[Albron]: (…) gewoon, dat het soepel verloopt. Dat er gewoon vaak iets is. (…) Dus dat die regio-er voor ons dingen doet in plaats van dat wij om de regio-er heen moeten denken, weet je, recht op dit, recht op dat, recht op borstvoeding, ziek of zwangerschap. Kijk, weet je het feit is gewoon dat het enthousiasme er niet is van ons uit naar jou toe (…)

[X]: Ja door de zwangerschap het kolven bedoel je?

[Albron]: Nou dat zijn een aantal dingen he, maar er zijn meerdere dingen he. Eh, een regio-er moet gewoon heel flexibel en heel snel alles oppakken en eigenlijk heel snel iets doorhebben en problemen voor ons oplossen als iemand plotseling ziek is of er een keer niet is, weet je. En eh ja, het is gewoon niet wat we ervan gedacht hadden.

[X]: Oké, maar ja, nu kan het niet omdat ik ja moet afkolven natuurlijk en ik heb die kleine dus.

[Albron]: Ja

[X]: Dus dat is het dus.

[Albron]: Nou zo kan jij het zien, maar het zijn gewoon wel tien, vijftien dingen, weet je, gewoon allemaal van die dingetjes waarvan de doorslag is dat we zeggen nee, we gaan niet door.

[X]: Oké, maar ik zou graag willen weten wat die dingetjes dan zijn zeg maar. Voor mezelf weet je.

[Albron]: Ja nou ja, ja dat is dus en flexibiliteit en ook vooral van wat zijn mijn rechten allemaal, waar heb ik recht op. Maar je hebt rechten en plichten weet je. (…)

(…)

[Albron]: Gewoon jouw loyaliteit naar de werkgever. Dat is eigenlijk waar we gewoon wat in missen. (…) Gewoon dat je niet alleen denkt waar heb ik allemaal recht op maar dat je ook denkt wat heeft een werkgever van zijn werknemers nodig.

[X]: Oké, dus omdat ik eh wat, voor mijn kolfrecht of eh, dat bedoel je?

[Albron]: Nee het heeft niets met kolven te maken. Het heeft gewoon met jouw houding te maken. Met loyaliteit. (…) Het heeft niets te maken met waar jij allemaal recht op hebt, want ik weet dat je goed kunt uitzoeken waar je allemaal recht op hebt, maar het kost ons veel tijd en gedoe. Snap je? Dus daarom hebben we gezegd oké, daar willen we vanaf. We willen gewoon een werknemer die voor ons in de regio invalt als mensen ziek zijn, of problemen hebben of die paniek opvangt. Dat is de functie van regiobeheerder.

(…)”.

Bij brief van 15 januari 2020 bevestigt Albron dat de arbeidsovereenkomst met X niet zal worden verlengd en wordt beëindigd met ingang van 31 januari 2020.

De procedure
X dient een verzoek in bij de kantonrechter Albron te veroordelen haar een billijke vergoeding toe te kennen van € 170.597,19 (te vermeerderen met de wettelijke rente), omdat sprake zou zijn van discriminatie. X onderbouwt haar verzoek door te stellen dat Albron haar wettelijke rechten bij zwangerschap, borstvoeding en ziekte als reden noemt voor het niet voor onbepaalde tijd verlengen van haar arbeidsovereenkomst. X is van mening dat Albron daarvoor een ernstig verwijt kan worden gemaakt.

Albron betwist dat sprake is van ernstig verwijtbaar handelen. Albron stelt dat de arbeidsovereenkomst niet is voortgezet, omdat er onvoldoende vertrouwen was in een goede samenwerking. X zou onvoldoende flexibel zijn geweest en te weinig bereid om in het belang van de organisatie mee te denken. Albron stelt verder dat de communicatie met X moeizaam verliep en dat het kolfrecht, de zwangerschap en ziekte van X daarbij geen rol speelden. Tot slot geeft Albron nog aan dat de gevraagde vergoeding buitensporig hoog is en niet realistisch. Albron vraagt de rechter bovendien rekening te houden met de huidige, verslechterde financiële positie van Albron, aangezien 70% van de omzet is weggevallen door de coronacrisis.

De kantonrechter

Juridisch kader
De kantonrechter stelt voorop dat in de wet is bepaald dat de rechter een billijke vergoeding kan toekennen, als het niet voortzetten van het dienstverband het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever. Het maken van verboden onderscheid tussen mannen en vrouwen (zoals op grond van zwangerschap, bevalling en moederschap) wordt aangemerkt als ernstig verwijtbaar handelen. Verder merkt de rechter op dat een werkgever in principe geen reden hoeft te geven voor het niet verlengen van een arbeidsovereenkomst.

Beoordeling
De kantonrechter overweegt dat X tijdens het opgenomen telefoongesprek meermalen heeft gevraagd of het niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst te maken had met haar zwangerschapsverlof en het kolven. Albron heeft daarop expliciet aangegeven dat het daar niets mee te maken heeft, maar dat ze flexibiliteit en loyaliteit bij X misten. De rechter is van mening dat in dat licht ook de opmerkingen ‘recht op dit, recht op dat, recht op borstvoeding, ziekte of zwangerschap’ en ‘het kost ons veel tijd en gedoe’ moeten worden gezien.

Het staat vast dat X niet zwanger was op het moment van beëindiging van het dienstverband, geen zwangerschaps- of bevallingsverlof genoot en dat haar kolfverlof enkele dagen na het gesprek over het niet verlengen van het dienstverband zou eindigen. De rechter vindt het dan ook niet aannemelijk dat het gebruik maken van deze verloven de reden is geweest voor het niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst. Sterker nog: het dienstverband van X is tweemaal verlengd tijdens het zwangerschapsverlof (eerste keer) en tijdens de periode waarin zij van het kolfverlof gebruik maakte (tweede keer).

De rechter merkt nog op dat Albron zich tijdens het telefoongesprek op onderdelen ongelukkig uitdrukt, maar dat het onvoldoende is om een vermoeden van een verboden onderscheid tussen mannen en vrouwen aan te nemen. De rechter wijst het verzoek tot toekenning van een billijke vergoeding dan ook af. X krijgt ongelijk.

Afsluiting
Heeft u vragen over een beëindiging van een dienstverband? Of over verlofrechten van werknemers? Neemt u dan gerust contact op met mr. Manouk Radstaak.

CS Advocaten maakt gebruik van Cookies

Geef per categorie de keuze voor het gebruik van cookies aan. Wij hebben de cookies van Google Analytics volledig geanonimiseerd en daarom mogen wij die plaatsen zonder toestemming.

In onze Privacyverklaring is hier meer over te lezen. Graag de beste website ervaring? Vink dan alle vakjes aan.

OK