Blogs

De Energiewet 1.0 Deel 1: Systemen op orde en ondersteunend voor de energietransitie

03-02-2021

Het wetsvoorstel voor een nieuwe Energiewet is momenteel in consultatie.

Waarom een nieuwe Energiewet?

De Energiewet 1.0, zoals de nieuwe wet in voorbereiding ook wordt aangeduid,  kent een lange historie; voorgangers waren onder meer wetsvoorstel STROOM en VET. Aanleiding voor een nieuwe Energiewet is om zowel Europese regelgeving als nationale afspraken uit het Klimaatakkoord en overig beleid te implementeren. Daarnaast zal deze wet de huidige Elektriciteitswet 1998 en Gaswet samenvoegen en vervangen. Stimulering van de energietransitie en het realiseren van een CO2 arme energievoorziening die inpasbaar, veilig betrouwbaar en betaalbaar is, zijn de kerndoelen. Overigens zal het nog wel even duren, voordat de wet daadwerkelijk inwerking treedt. Vanwege de coronacrisis is de druk bij de juristen op het ministerie groot en bovendien staan in maart de verkiezingen voor de deur, waardoor belangrijke dossiers bijna altijd controversieel worden verklaard en pas na de formatie worden behandeld. Een inwerkingtredingsdatum van 1 januari 2022 lijkt het meest realistisch.

Wie worden er geraakt, wat verandert er?

Wie worden er nu geraakt door dit wetsvoorstel en wat betekenen de wijzigingen voor deze diverse betrokkenen? Kort samengevat zijn de doelgroepen 1) eindafnemers, waaronder huishoudelijke en niet-huishoudelijke afnemers 2) verschillende beheerders van systemen, waaronder transmissie- en distributiesysteembeheerders en beheerders van gesloten systemen, 3) verschillende actoren op de energiemarkt (producenten, leveranciers, aggregators, meetverantwoordelijke bedrijven, energiegemeenschappen en actieve afnemers) 4) decentrale overheden 5) toezichthouders. De wijzigingen in dit wetsvoorstel worden in de memorie van toelichting gegroepeerd in zogenaamde pijlers. Het voert te ver om in deze blog al deze doelgroepen en pijlers te behandelen. Daarom zullen we in een vervolg blog telkens een aspect behandelen wat aandacht verdiend. Heeft u een specifiek aandachtspunt? Stuur ons een mailbericht!

Oplossing voor schaarste?

“Systemen op orde en ondersteunend voor de energietransitie” zo luidt pijler III. De afgelopen jaren is steeds meer gebleken dat er op diverse netvlakken onvoldoende netcapaciteit beschikbaar is om aan de vraag naar transport en distributie van elektriciteit te kunnen voldoen. Zie bijvoorbeeld de uitspraak van het Hof Den Bosch in de zaak Energiepark Pottendijk, welke uitspraak is besproken in onze blog van 9 september 2020.

De opmars van zonne- en windparken is een feit. Deze parken worden vaak aangelegd in dunbevolkte gebieden, waar de elektriciteitsnetwerken ook “dun” zijn aangelegd. Kortom, er is schaarste. Er zijn vorige zomer reeds 3 amendementen aangenomen die inspelen op deze problematiek, namelijk het verbod op “opknippen” van een aansluiting in meerdere kleine aansluitingen, de mogelijkheid dat meerder productielocaties gebruikmaken van één aansluiting en de mogelijkheid om partijen aan te sluiten op afwijkende spanningsniveaus indien het gewenste spanningsniveau niet beschikbaar is. Echter, deze maatregelen zijn nog niet voldoende om het gat naar netverzwaring en uitbreiding van het systeem te overbruggen.

Naast aanvullende voorstellen omtrent het verplicht stellen van een transportindicatie in de SDE+ en het gebruiken van de reservecapaciteit in het net, is er in het voorliggende wetsvoorstel voor gekozen het basisprincipe dat ‘de netbeheerder een ieder die daarom verzoekt voorziet van een aansluiting’ af te zwakken. Waar in de huidige wet een onvoorwaardelijke aansluitplicht voor elektriciteit geldt 1, namelijk ongeacht de beschikbaarheid van transportcapaciteit, blijft slechts een aanbod tot aanleg van een aansluiting of een wijziging van een aansluiting voor elektriciteit kan worden afgewezen en het doen van een aanbod kan worden uitgesteld indien en voor zo lang er onvoldoende transportcapaciteit beschikbaar is. De transmissie- of distributiesysteembeheerder dient wel een deugdelijke onderbouwing te geven en tevens ook informatie te verschaffen over de benodigde uitbreidingsinvesteringen om te kunnen voldoen aan de transportcapaciteit die nodig is voor de beoogde aansluiting.

Ook de 18 weken termijn, waarbinnen de netbeheerder de gevraagde aansluiting (ingeval van een aansluiting tot 10 MVA dan wel een aansluiting voor duurzame opwek of warmtekrachtkoppeling) dient te realiseren, wordt vervangen door “een redelijke termijn”, die meer ruimte moet bieden in differentiatie in lagere regelgeving. Wat een redelijke termijn is, is nog niet duidelijk.

Conclusie

De vraag is of met deze wijziging van de aansluitplicht een succesvolle transitie bewerkstelligd wordt. Immers, enerzijds kan te onvoorwaardelijk aansluiten leiden tot meer congestieproblemen, anderzijds lijkt hierdoor de prikkel om juist te investeren in netverzwaringen en -uitbreiding door de systeembeheerder, maar ook het benutten van alternatieve maatregelen (gebruikmaken van eenzelfde aansluiting, gebruikmaken van reservecapaciteit in het net) weg te vallen, terwijl juist voldoende transportcapaciteit nodig is om een tijdige transitie naar duurzame energie-opwek te kunnen realiseren.

Meer weten? Neem gerust contact op met mr. M-C. Willenborg.

{Voetnoot] 1. Voor gas geldt op dit moment in beginsel een aansluitplicht voor een ieder die om een aansluiting verzoekt. Ook hier is het voorstel om slechts tot een aanbod tot aanleg over te gaan indien daarom verzocht wordt. In deze blog wordt verder niet ingegaan op de specifieke  aansluitplicht inzake gas.

CS Advocaten maakt gebruik van Cookies

Geef per categorie de keuze voor het gebruik van cookies aan. Wij hebben de cookies van Google Analytics volledig geanonimiseerd en daarom mogen wij die plaatsen zonder toestemming.

In onze Privacyverklaring is hier meer over te lezen. Graag de beste website ervaring? Vink dan alle vakjes aan.

OK