Blogs

Investeren in een Netherlands Commercial Court?

28-05-2019

Is het wel zo verstandig om te investeren in een Netherlands Commercial Court?

 

Sinds 1 januari 2019 is het mogelijk om bij internationale handelsgeschillen in het Engels te procederen bij het Netherlands Commercial Court (‘NCC’) in Amsterdam. Het NCC is opgericht, omdat er vanuit het bedrijfsleven een (vermeend) grote behoefte was aan Engelstalige rechtspraak. 

Het NCC biedt als het ware een extra mogelijkheid ten opzichte van de al bekende opties als: de ‘gewone’ Nederlandse handelsrechter, de buitenlandse rechter en arbitrage.

Alle goede bedoelingen ten spijt, lijkt ons de oprichting en investering in dit instituut toch niet een heel gelukkige keuze. Geheel juridisch Europa lijkt de mogelijkheden van alternatieve geschillenoplossing (zoals mediation) te willen omarmen, maar “wij” gaan faciliteren dat er een Engelstalige rechtspraak in Nederland komt waardoor het nu juist vergemakkelijkt wordt om elkaar te bevechten.

Een argument vóór oprichting van het NCC zou zijn dat het – in zijn algemeenheid –bij een internationaal geschil een voordeel is dat zowel de zittingen als de uitspraken in het Engels zijn. Dit argument lijkt op zijn zachtst gezegd discutabel en wellicht ingegeven door enkele Zuid-assers die een bloeiende Angelsaksische praktijk ambiëren of wensen uit te bouwen.

Logischer lijkt het om een instituut op te richten waarbinnen geschillen op “handelsverstandige” wijze wordt afgedaan door middel van mediation. Als het dan zo nodig toch in het Engels moet, kan dit door middel van de hooglijk geaccrediteerde CEDR methode. Of de voertaal daarbij Engels, Arabisch of Sanskriet moet zijn, zou volgens ons niet moeten afhangen van een statisch proces regelement, maar primair van de wens van de partijen die er “met elkaar uit willen komen”.

Wat wil het NCC nu eigenlijk uitstralen naar de internationale zakenwereld die echt niet exclusief uit Angelsaksische bedrijven bestaat?

Bedenkt u zich dat een niet onaanzienlijk gedeelte van internationale handelsgeschillen niet (uitsluitend) Angelsaksische van aard zijn (zoals bijvoorbeeld bedrijven uit het Midden-Oosten, India en China). Dan lijkt een mediator die van (die) culturele verschillen op de hoogte is toch een potentieel veel constructievere facilitator in het kader van geschilbeslechting, dan een goed Engels sprekende “gewone” rechter van het NCC?!

Bent u het met deze stelling eens of oneens, laat het ons weten, we zijn daar heel benieuwd naar.

Wilt u meer informatie over het onderwerp of onze zienswijze daar op? Mailt u dan naar Jean-Paul Sars.

CS Advocaten maakt gebruik van Cookies

Geef per categorie de keuze voor het gebruik van cookies aan. Wij hebben de cookies van Google Analytics volledig geanonimiseerd en daarom mogen wij die plaatsen zonder toestemming.

In onze Privacyverklaring is hier meer over te lezen. Graag de beste website ervaring? Vink dan alle vakjes aan.

OK